GEDRAGEN DOOR BROEDERLIJKE NABIJHEID

Interview met broeder Lo Koeleman

“Terugkijkend op de afgelopen zestig jaar kan ik zeggen dat ik enorm dankbaar ben dat ik een zegenrijke tijd heb mogen beleven in onze congregatie. Men heeft mij veel vrijheid gegeven om me te ontwikkelen. Ik kreeg veel kansen geboden. En steeds heb ik het goede gevoel gehad dat ik gedragen werd door broederlijke steun en verbondenheid'

In mijn flat aan het Erasmusdomein in Maastricht mag ik een gesprek hebben met Lo Koeleman, die keurig op tijd om tien uur 's morgens op de fiets van de Prins Bisschopsingel naar me toekomt. De koffie staat klaar en we bekijken een groepsfoto die in 1960 van hem en zijn clubgenoten is gemaakt. Een en twintig medebroeders die trots poseren in hun habijt mét boord. Dat is het teken dat 'je er nu helemaal bijhoort.' Lo en Henk Munnich zijn de twee overgebleven jubilarissen van dit gezelschap, waarvan er inmiddels acht zijn overleden en er vijftien in de loop der jaren zijn uitgetreden ( waaronder ook enkele van de overledenen ).

“Het was een aardige en ook heel creative groep mensen,” zegt Lo als hij de groepsfoto bekijkt. “Theo Vink die zo goed toneel kon spelen en zich verschrikkelijk goed voor de Chilenen heeft ingezet; Appie Cox en Piet de Zwart, die voortreffelijke pianisten waren; Bert van Rijn die een afscheidsmusical maakte toen van de kweekschool afgingen, en ga zo maar door. We ontvingen in de jaren vóór onze professie een jarenlange prima opleiding van hoog gekwalificeerde broeders, waar ik vandaag de dag nog de vruchten van pluk.”

Aangemeld voor Ghana

In de jaren zestig werd een aantal nieuwe 'missiegebieden' aangenomen, waaronder Ghana. De toenmalige generaal overste vroeg de broeders om kenbaar te maken of je interesse had om je in te zetten voor dit nieuwe werkterrein. “Ik had in ons blad 'Uit Eigen Kring' interessante artikelen gelezen over onze 'gebiedsdelen over zee' en vond het een uitdaging daarin te mogen gaan werken. Daarom schreef ik br. Avellinus een brief dat ik geďnteresseerd was om naar Ghana te mogen gaan. Ik kreeg op mijn brief nooit een antwoord.

Toen ik een tijd daarna met een groepje broeders op vakantie was in de buurt van Gorinchem, kreeg ik te horen 'dat ik meteen mijn overste moest bellen'. Dat deed ik dus en vernam dat ik een benoeming had ontvangen om in Chili onderwijs te gaan geven op de technische school in Santiago ”.



De 'leerschool' in Miranda de Ebro
  “Ter voorbereiding op mijn uitzending werd ik met een aantal andere broeders, waar onder Gé van Vugt, Noud Fonken Jan Lippens en Gait Welling, naar Miranda de Ebro gezonden om daar de Spaanse taal te leren. In deze plaats was de congregatie met een juvenaat gestart. Het gebouw waarin men de jongens wilde onderbrengen stond nauwelijks overeind. Om kort te gaan: ik heb daar wél hard meegeholpen aan de bouw van het omvangrijke pand en stak van de nieuwe taal die ik moest leren niet veel op.
Toen daar op een dag Tarcianus Peters uit Chili bij ons op bezoek kwam, zei die tegen mij : 'Zo jij bent dus de nieuwe aanwinst voor onze vakschool in Santiago'. Dat was nog eens een verrassende mededeling! Op 1 december vertrokken we met de boot naar Chili en zette ik na een reis van andere halve maand voet op Chileense grond. Het zou een land worden waar ik dertig jaar lang, met hart en ziel, heb mogen werken. De kostbaarste periode van mijn leven.”

Opleiding

“De ontvangst in Chili was erg hartelijk. Ik kreeg tot mijn verbazing de opdracht om zes en zestig leerlingen van een lagere school lezen, schrijven en rekenen te leren. Ik denk dat ze mij maar half konden verstaan, maar dat namen zij en ook ikzelf maar voor lief!

Ondertussen mocht ik een aantal avondcursussen volgen in machine-bankwerken en liep stage in een machinefabriek. Als ik op die periode terugkijk moet ik constateren dat ik helaas onvoldoende kennis had van de taal en helemaal geen kennis had van de Chileense landaard, gewoonten en gebruiken. Een uiterst povere 'bagage'. De kennis van de taal werd me in wezen bijgebracht door de jongeren die ik ontmoette bij de cursussen die ik liep. Ik moest eigenlijk zélf mijn weg zoeken in mijn ontwikkeling en vorming. Het klinkt allemaal niet als een verwijt, maar het was wél de realiteit.”  

de jonge directeur in 1978

Directeur van de technische school

“In de loop van de jaren heb ik me goed kunnen vormen door studie, praktijkervaring en steun van anderen. Ik werd benoemd tot directeur van de technische school 'Alberto Hurtado' in Santiago, een inmiddels sterk groeiende school. Graag wil ik nog zeggen dat ik toén de dankbare ervaring opdeed dat ik in Maastricht heel goed gevormd was. Een vaststelling waar ik heel veel profijt van heb gehad.

Dat kwam me onder meer goed van pas in de tragische situatie waarin het land verzeild was geraakt: de drammerige 'socialistische' regeerperiode van Allende, gevolgd door de ingrijpende onderdrukking door het Pinochet regime. De laatste probeerde – vaak met succes – het gevoel van 'angst' bij de Chilenen aan te wakkeren. Besluiten werden plotseling en met 'ingang van heden' landelijk afgekondigd. Waarna die weer ineens werden ingetrokken.


een grote school met een duidelijke optie in de geest van onze Stichters
   Als voorbeeld noem ik het invoeren van het dragen van een schooluniform. Dat werd een week vóór de invoering meegedeeld. Het gaf groot paniek én nodige zware onkosten voor de, meestal straatarme, ouders. Toen alle scholen – door vriendjes van Pinochet – de aangeleverde uniformen waren afgeleverd, werd deze maatregel plotseling weer ingetrokken. Er was een 'leger' van ambtenaren op de been om in alle scholen te controleren of men de bevelen van Pinochet had ingevoerd. Dat alles droeg bij aan de angstcultuur die het regime uitoefende.”

In de geest van de stichters

“Toen ben ik me sterk gaan realiseren dat we met ons onderwijs terug moesten naar het uiteindelijke doelen : Wat zijn de werkelijke basispunten in ons leven? Moesten we ons laten leiden door holle leuzen en foute idealen van een regime? Waartoe leiden we kinderen en jongvolwassenen eigenlijk voor op? Veertig procent van de ouders van onze leerlingen was werkloos! Kleine en grote mensen leefden in onrust en angst. We zouden onze leerlingen op school dienen te vormen om zelfstandig te leren denken, om te leven vanuit je diepste eigen 'ik'.

We gingen – in samenwerking met andere scholen, de universiteit en vakbeweging – beginnen met persoonlijkheidsvorming. Ik ben een mens die de moeite waard is en die in zijn eigen vrijheid mag leven. Een mondig mens worden. Education Popular, gedragen door het gedachtegoed van Paulo Freire. Dat was frontaal tegen de denkwijze van Pinochet en zijn kliek in. Dat was een gevaarlijke, maar in wezen noodzakelijke keuze, die we gelukkig sámen wilden gaan maken. En die zijn vrucht heeft afgeworpen. We werkten bij de uitvoering van dit besluit in de geest van wat onze stichters in 1840 voor ogen hadden”.

Persoonlijke verrijking



Terubblik op vele goede jaren
   “Als ik terugkijk op de afgelopen zestig jaar van mijn 'broeder zijn', meen ik te hebben ontdekt dat we als broeder ons samen verantwoordelijk dienen te zijn voor de ons gegeven wereld. Dat we moeten werken aan het recht op geluk van iedereen. Dat we elke mens een kans moeten geven in het leven, waarbij je best fouten mag maken, maar de ander mag dat óók mag.

Het is een grote rijkdom dat wij, broeders, mogen leven in een sfeer van rust, van vrede en openheid. Ik heb dat mogen ervaren dat ik gedragen word in mijn werk door hen, op welk gebied dan ook : mijn lidmaatschap van werkgroepen, zorg voor ons eigen huishouden, hulp op financieel gebied en bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen. Bij de keuze die ik indertijd heb gemaakt sta nog nog volledig achter. Ik voel me daarbij nog steeds een blij en gelukkig mens!”


Wim Swüste FIC

(naar een interview in Oriëntatie FIC, juli 2020)